Commissie Diasporakapitaal heeft adviesrapport af

ZATERDAG 9 JANUARI 2021-In oktober 2020 heeft president Chandrikapersad Santokhi de presidentiële commissie Diasporakapitaal en Diasporabank geïnstalleerd. Deze commissie had onder meer als taak onderzoek te doen naar mogelijkheden hoe diasporakapitaal naar de Republiek Suriname te krijgen. De commissie heeft voortvarend werk verricht en het rapport binnen de vastgestelde termijn van drie maanden afgerond. Het document is vrijdag 8 januari 2021 door commissievoorzitter Henry Ori aan het staatshoofd overhandigd.

Op het ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking waar de overhandiging heeft plaatsgevonden, zegt Ori tegenover de Communicatie Dienst Suriname (CDS) dat de commissie middels consultaties in Suriname en Nederland is nagegaan wat de mogelijkheden tot diasporakapitaalinvestering in Suriname zijn. In het rapport is voor het staatshoofd op een rij gezet welke instrumenten hij zou kunnen toepassen, wat de randvoorwaarden zijn en welke extra wetgevingsproducten nodig zijn om die omgeving te creëren opdat er diasporakapitaal wordt ontwikkeld.

Het uiteindelijk doel is dat er een diasporabank komt. Echter, voordat dit punt wordt bereikt, zullen er drie belangrijke tussenstappen gezet moeten worden. Een hiervan is de mogelijkheid tot obligaties en investeringen. De diaspora in Nederland is onder meer geïnteresseerd in investeren in woningbouw en de agrarische sector. Met de diasporabank moet het mogelijk zijn om tussen Suriname en Nederland veel meer betrokkenheid te krijgen in kapitaalbeweging en -investering gekoppeld aan een portfolio van sectoren, activiteiten en projecten.

Vooralsnog wordt gemikt op de diaspora in Nederland omdat daar de grootste groep Surinamers woont. Zij hebben van de nieuwe Surinaamse regering een positief beeld en het imago schept vertrouwen. De commissievoorzitter zegt echter dat er ook aan wetgevingsvraagstukken gewerkt dient te worden, omdat de wereld streng kijkt naar kapitaalstromen. Hij benadrukt dat door het prudent beleid en financiële transparantie van de regering ook vertrouwen gaat ontstaan bij investeerders om zaken met Suriname te doen. Ori haast zich erbij te zeggen dat het niet slechts financieel kapitaal betreft, waarmee men wil investeren, maar ook kennis en netwerken.

Voor de nieuwe Surinaamse ambassadeur in Nederland, Rajendre Khargi, is er een belangrijke rol weggelegd. Hij heeft ook een rol gehad in het tot stand komen van het rapport. Echter zal de diplomaat de verbindingspersoon moeten worden tussen het reeds ingestelde Diaspora Instituut Suriname (DIS) en het nog op te zetten Diaspora Instituut Nederland (DIN). Over de termijn waarbinnen diasporakapitaal beschikbaar kan zijn, zegt de commissievoorzitter dat hierin geduld betracht moet worden. Er zijn overigens reeds kleine successen op dit gebied, en wel in de medische sector waar er een donatie is gestort voor een aanstaande niertransplantatie in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Toch verwacht hij tussen zes maanden en een jaar wat directe resultaten, maar voegt eraan toe dat er voor het opzetten van een fonds ook een aantal technische procedures moeten plaatsvinden. Ori: “Er gaat aan beide kanten hard gewerkt worden om dit soort structuren een body te geven en hard aan de slag te gaan”.

COMMUNICATIE DIENST SURINAME –