Toegang tot digitaal historisch databestand moet onderzoek naar voorouders vergemakkelijken

April 5, 2022

In: Nieuws
Comments: 0

Dinsdag 5 april 2022– Het Nationaal Archief Suriname (NAS) zit verlegen om vrijwilligers die willen meewerken om een historisch databestand van de hele Surinaamse bevolking tussen 1830 en 1950 te digitaliseren. Vanaf 2017 heeft het NAS een samenwerking met de Anton de Kom Universiteit van Suriname, de Radboud Universiteit Nijmegen en het Nationaal Archief Nederland. De reden hierachter is om de archieven over de tot slaaf gemaakten en het vervolgproject ‘historische database van Suriname’ online toegankelijk te maken. Op zaterdag 2 april heeft Coen van Galen, van de Radboud Universiteit Nijmegen een presentatie verzorgd in het NAS over het project ‘historische database van Suriname. De presentatie was bestemd voor de Surinaamse vrijwilligers die mee willen helpen om de registers van de burgelijke stand te transcriberen. Het uiteindelijke doel van dit project, is volgens Van Galen, dat iedereen in Suriname zelf een standaard onderzoek kan doen naar hun eigen voorouders. “Wij als wetenschappers willen weten hoe het leven in de tropische bossen, het leven tijdens het koloniaal systeem doorwerkte in het leven van mensen en hoe mensen leven door al die generaties heen,” zegt de Radboud Universiteit wetenschapper. Inmiddels zijn er 80.000 unieke akten ingevoerd en moeten er nog 30.000 akten bij. Daarvoor zijn er meer vrijwilligers nodig benadrukte Van Galen. Hij roept elke vrijwilleger op, die wilt mee helpen met het invoeren van de akten om zich aan te melden. “Het enige wat je moet hebben is een laptop, internet en wat tijd.”
Het Archiefmateriaal moet voor een iedereen toegankelijk zijn. Van Galen stelt voor dat eerst het materiaal over de geboorteakten online op de website van het NAS wordt geplaatst, gevolgd door het wetenschappelijk onderzoek. Directeur en nationale archivaris van het NAS, Rita Tjien Fooh- Hardjomohamad benadrukt dat de samenwerking met lokale, regionale en Nederlandse instellingen wordt voortgezet. “Niet alleen om de archieven te digitaliseren, maar deze ook zoveel als mogelijk op een gebruikersvriendelijke manier beschikbaar te stellen voor het publiek.”