In de grond corruptiezaak waarbij de naam van het assembleelid Mahinder Jogi wordt genoemd, hoeft de procureur-generaal (pg) niet op een in staat van beschuldiging-stelling te wachten van De Nationale Assemblee (DNA). Dat is om een vervolging in te stellen. Tegen de redactie van de STVS zegt bestuurskundige, Eugene van der San, tevens ex-minister van Justitie en Politie (JusPol), dat handelingen aan de hand van de casus niet gekwalificeerd worden tot ambtsmisdrijven. Volgens van der San zijn de taken van DNA-leden duidelijk opgetekend in de Grondwet van het land. Dat leidt tot de conclusie dat de handelingen niet zijn gepleegd als politieke ambtsdrager.
De corruptiezaken op het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB), kwamen aan het licht na uitspraken van president Chandrikapersad Santokhi in het actualiteitenprogramma programma 8er ’t nieuws. Hij maakte gewag van het feit dat er op grote schaal valse rapporten worden opgemaakt om grondhuur percelen van belanghebbenden af te pakken. Het staatshoofd nam op een ander moment zelf het woord ‘grondroof’ in de mond. President Santokhi heeft gezegd dat hij alle rapporten zou opsturen naar het Openbaar Ministerie (OM) voor onderzoek. Dit resulteerde in de aanhouding van een grondinspecteur, waarbij de naam van parlementariër Jogi werd genoemd.
Critici zeggen dat het DNA-lid ook moet worden aangehouden. In het parlement wordt beweerd dat er volgens artikel 140 van de Grondwet gewerkt moet worden. Van der San legt uit dat de PG op grond van artikel 3 van het Wetboek van Strafvordering waakt over de richting van de vervolging van strafbare feiten. Omdat de handelingen van de bewuste politieke ambtsdrager in de privésfeer zijn gepleegd, aan de hand van de tot nu toe gegeven informatie, is artikel 19 van het Wetboek van Strafvordering, normaal van toepassing. Van der San verwees ook naar eerdere jurisprudentie, waarbij een politieke ambtsdrager een misdrijf pleegde en de vervolging plaatsvond zonder de toepassing van artikel 140.