Advocaten Chandra Algoe en Irwin Kanhai hebben een brief gestuurd naar de waarnemend President van het Hof van Justitie, Anand Charan, om hun kritiek te uiten op het optreden van het Openbaar Ministerie in de strafzaak tegen hun cliënt, Robert van Trikt, de voormalig governor van de Centrale Bank van Suriname. Ze hebben een gedetailleerd onderzoek uitgevoerd en hun zorgen in de brief gedeeld.
Het Openbaar Ministerie heeft opnieuw uitstel gevraagd om op de zaak te kunnen reageren. Het is de tweede keer dat zij dat doen. De oorspronkelijke deadline voor hun reactie was 23 oktober, maar deze is nu verschoven naar 19 februari 2024.
De advocaten stellen dat het Openbaar Ministerie ontevreden is over de media-optredens van Van Trikt en vinden dat hij recht heeft op vrijheid van meningsuiting. Ook suggereren zij dat het Openbaar Ministerie boos is op Van Trikt omdat hij niet vermeldt dat zijn vrijlating om humanitaire redenen plaatsvindt. De advocaten bekritiseren het Openbaar Ministerie vanwege de behandeling van Van Trikt en het onvoldoende verstrekken van informatie over belangrijke misdrijven aan het publiek.
De raadsmannen zijn van mening dat het OM Van Trikt en de Centrale Bank van Suriname oneerlijk heeft afgeschilderd door partijdige en onvolledige informatie te presenteren, wat tot een vertekend beeld heeft geleid. Ze benadrukken de negatieve gevolgen van het verspreiden van valse informatie.
Beide advocaten zijn verbaasd als ze ontdekken dat het Openbaar Ministerie geen weet heeft van de mensenrechten, en dan vooral van de rechten van personen die van een misdrijf worden beschuldigd. Zij stellen dat individuen voor onschuldig moeten worden gehouden totdat hun schuld bewezen is, en dat hun rechten niet ten onrechte mogen worden beperkt.
Het Openbaar Ministerie heeft geen inzicht in het onderscheid tussen voorwaardelijke invrijheidstelling en invrijheidstelling op humanitaire gronden. Voorwaardelijke invrijheidstelling vereist dat aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, zoals het bijwonen van hoorzittingen en het inleveren van paspoorten. Van Trikt heeft de opdracht gekregen zich aan deze voorwaarden te houden en zijn advocaten beweren dat hij zich daaraan houdt.
De advocaten voerden aan dat het verzoek om Van Trikts tijdelijke vrijlating niet uitsluitend te wijten was aan humanitaire overwegingen. Ze benadrukten dat zijn verslechterende gezondheid, de belangrijkste humanitaire factor, onveranderd zou blijven, ongeacht zijn zichtbaarheid in de media.
Van Trikt beweert dat het Openbaar Ministerie het strafprocesrecht gebruikt om zijn eigen politieke agenda te bevorderen. Hij beschuldigt de aanklager van het verspreiden van niet-geverifieerde claims en het manipuleren van de publieke opinie, wat heeft geresulteerd in een vertekend beeld van de situatie bij de Centrale Bank. Als oud-governor heeft Van Trikt geprobeerd deze misinformatie recht te zetten, en het is onduidelijk waarom het Openbaar Ministerie nu zijn handelen probeert te beperken.