De Wet Minimumloon is donderdagavond met algemene 36 stemmen aangenomen in De Nationale Assemblee. De initiatiefwet is ingediend door de Assembleeleden Harriët Ramdien en Cedric van Samson . De wijzigingen hebben te maken met vier artikelen over de Nationale Loonraad. Zo is het advies dat de Loonraad uitbrengt aan de minister over het minimum uurloon, niet meer bindend. De minister zal op basis van het advies een voorstel doen aan de Raad van Ministers om goedgekeurd te worden.
Na goedkeuring zal het minimum uurloon per beschikking worden vastgesteld en bekendgemaakt door de minister van Arbeid, Werkgelegenheid & Jeugdzaken. Er is ook besloten dat de Loonraad in plaats van tweejaarlijks nu jaarlijks uiterlijk op 31 december, maar niet later dan 31 maart van het volgend jaar, advies moet geven over het minimum uurloon.
In de wet wordt ook opgenomen dat de Loonraad ondersteund zal worden door een secretariaat waarvan de samenstelling bij Staatsbesluit wordt vastgesteld. Het secretariaat wordt bemenst met maximaal 5 deskundigen onder leiding van de secretaris van de Nationale Loonraad. Verder is besloten dat de Loonraad telkens voor zes jaar wordt ingesteld. Om de 3 jaar zullen op voordracht van de minister, de vakbeweging en het bedrijfsleven, drie leden van de Loonraad vervangen worden. De verschillende voorstellen varieerden van 2-5 jaar. Uiteindelijk wilden de initiatiefnemers gaan voor een zittingsperiode van 7 jaar. Terwijl Ramdien zei dat de opgebouwde expertise veel tijd, geld en moeite heeft gekost en niet zomaar weggespoeld mag worden, stelde Van Samson dat afgestapt moet worden van het concept dat elke nieuwe regering ook experts wisselt. «Factoren die het minimumloon bepalen zullen hetzelfde blijven ongeacht gewijzigde beleidsinzichten,» zei hij. Dit voorstel kreeg ook geen ondersteuning. Uiteindelijk is akkoord gegaan met een zittingstermijn van zes jaar.
Soewarto Moestadja vroeg aandacht voor de controle op de naleving van de Arbeidswetten en versterking van de afdeling Arbeidsinspectie. Volgens hem zal het niet mogelijk zijn om de meer dan 35.000 bedrijven te controleren met slechts 50 arbeidsinspecteurs. Patrick Kensenhuis wees ook op de rol van de Arbeidsinspectie en haalde aan dat in de binnenstad van Paramaribo bedrijven en winkels zijn die zich niet houden aan het minimum uurloon. Hij wilde weten hoe er ingespeeld zal worden op de naleving. Henk Aviankoi merkte op dat er moet worden overgegaan tot het classificeren van het minimumloon op basis van werkzaamheden die verricht moeten worden. Ann Sadi was van mening dat de Loonraad per kwartaal of na zes maanden een evaluatie zou moeten doen van het uurloon, omdat vanwege de situatie in het land de prijzen elke dag stijgen. Hij zei dat werkgevers bereid zijn zich te houden aan het minimumloon, maar willen weten of zij ook iets kunnen vaststellen als minimale prestatie. Ook wilde hij weten of bij het vaststellen van het minimumloon rekening wordt gehouden met het internationale concurrentievermogen van Suriname, omdat de loonkosten doorberekend worden in de prijzen.
Rabin Parmessar, fractieleider van de NDP, vroeg om over te gaan tot sectorale bepaling van het minimum uurloon, omdat de sectoren verschillen. Niet voor elke sector kan hetzelfde minimumloon gelden. Soerjani Mingoen wilde weten wat de gevolgen zullen zijn van de minimumloonverhoging voor de parastatale bedrijven. Melvin Bouva stelde dat hij het stimuleren van de productie en diversificatie van de economie onvoldoende terugzag en dat de kleine en middelgrote bedrijven het nu moeilijk hebben. «De mkbs hebben te maken met onstabiele prijzen, stroomtarieven die straks minimaal 50% verhoogd zullen worden, verminderde koopkracht en nu een aangepast minimumloon dat een kostprijsverhogende werking zal hebben,» zei hij. Bouva wilde weten wat het spin-offeffect zal zijn en hoe het zit met incentives voor deze bedrijven.
Minister Steven Mac Andrew van AW&J merkte op dat deze wet cruciaal is, omdat het gaat om de onderkant van de samenleving die meestal de ontvangers zijn van minimumloon. De minister zei dat de communicatie naar relevante organisaties aan de kant van de vertegenwoordigers die zitting hebben in de Loonraad niet optimaal was, maar dat de Loonraad dit jaar is gevraagd om brede consultaties te houden.