In Suriname zijn opnieuw besmettingen met chikungunya vastgesteld, voor het eerst in ongeveer tien jaar. Dat bevestigt Stephanie Cheuk A Lam, waarnemend hoofd van de Milieu-Inspectie van het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG). Volgens haar is samenwerking tussen overheid en bevolking essentieel om de uitbraak onder controle te krijgen.
Het BOG verwacht dat de piek van de uitbraak, op basis van eerdere ervaringen, drie tot vier maanden kan aanhouden. Aangezien de eerste symptomen vermoedelijk al in december zijn begonnen, kan in de komende twee tot drie maanden een daling van het aantal gevallen zichtbaar worden. Voor chikungunya bestaan geen specifieke medicijnen of vaccins; behandeling is gericht op symptoombestrijding.
De eerste laboratorium-bevestigingen dateren uit januari 2026, al wijst epidemiologisch onderzoek erop dat sommige besmettingen mogelijk eerder zijn ontstaan. In Suriname wordt standaard getest op meerdere ‘arbovirussen’, waaronder dengue en chikungunya, waardoor het BOG stelt dat er de afgelopen tien jaar geen eerdere gevallen zijn vastgesteld.
De meeste besmettingen zijn geregistreerd in Paramaribo, vooral in Paramaribo-Noord, het Centrum en Kwatta. Ook in Wanica, Commewijne en Marowijne (Moengo) zijn gevallen gemeld. Naast bevestigde besmettingen zijn er ook ‘suspect’ en één ‘probable case’ geregistreerd.
Na vaststelling van de uitbraak heeft het BOG meerdere afdelingen gemobiliseerd. In samenwerking met Openbare Werken is in risicogebieden grofvuil verwijderd om mogelijke broedplaatsen van muskieten aan te pakken. Milieu-inspecteurs controleren woningen en bestrijden larven, terwijl entomologen onderzoek doen naar de aanwezige muskietensoorten en de dichtheid ervan.
Volgens Cheuk A Lam blijft bronaanpak essentieel. Alleen spuiten heeft volgens haar onvoldoende effect. Het BOG roept de bevolking daarom op om stilstaand water rond woningen te verwijderen en broedplaatsen te voorkomen, zodat de verspreiding van chikungunya sneller kan worden ingedamd.