Olie is het buzz-woord na de Amerikaanse aanval op Venezuela. Met de grootste voorraad zware olie ter wereld en nauwelijks export door sancties en slecht bestuur, zijn alle ogen gericht op de olie-reuzen. Maar er zit nog meer in de Venezolaanse grond. Vraag is alleen of bedrijven nu het risico willen nemen om te investeren.
Een “interessante gasprovincie”, zo staat Venezuela al lange tijd te boek, zegt Lucia van Geuns, energiedeskundige bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies. Al in de jaren 80 werden grote gasvelden ontdekt voor de kust van Venezuela. “Maar door alle omstandigheden zijn de velden nooit echt tot ontwikkeling gebracht.”
Venezuela heeft zo’n 5,7 biljoen kubieke meter gas in aangetoonde reserves, volgens een studie van de US Geological Survey uit 2019. Dat was op dat moment 74 procent van alle reserves in Zuid-Amerika.
“Als ik er nu naar kijk dan denk ik dat gaswinning commercieel interessanter is dan zware olie”, zegt Van Geuns. Dat heeft te maken met de grote investeringen die nodig zijn om de fossiele industrie van Venezuela weer aan de praat te krijgen. “Investeren in zware olie is duur en het heeft een hoge co2-voetafdruk.” Dat laatste geldt in mindere mate voor gas.
In de bestuurskamers van de fossiele reuzen zullen de gasvoorraden van Venezuela daarom met het oog op de toekomst zeer waarschijnlijk ter sprake komen. Voor Shell lijken de kaarten aardig geschud.
Het olie- en gasbedrijf heeft al een paar jaar plannen om gas te winnen uit het zogeheten Dragon-veld, in de zee tussen Venezuela en Trinidad. Dat gas zou dan naar het Caribische eiland gaan waar Shell mede-eigenaar is van een LNG-fabriek. Een machtswisseling in Venezuela, of het opheffen van sancties, zouden deze productieplannen in een stroomversnelling kunnen brengen.
Shell wilde niet reageren op vragen van de NOS over de ontwikkelingen in Venezuela.
Het Canadese bedrijf Gold Reserves Ltd. had letterlijk goud in handen. De relatief kleine speler rekende zich rijk met de mijnbouwrechten voor de Brisas-mijn en de Siembra Minera-mijn, een van de grootste onontgonnen goudmijnen ter wereld.
Alleen, het ging mis. Onder het bewind van Hugo Chavez en zijn opvolger Maduro nationaliseerde de Venezolaans overheid de goudsector en verloor Gold Reserves zijn El Dorado.
De nationalisering leidde niet tot veel extra productie. Volgens sommige cijfers zou Venezuela zo’n 2343 ton goud in de grond hebben zitten, waarmee het land in de top 5 van grootste voorraden ter wereld zou belanden. Tegelijkertijd blijft de export steken op een magere 30,6 ton. Ruim twintig landen exporteren meer.
Gold Reserves ziet daarom kansen nu de toekomst van Venezuela plots een andere kant op kan slingeren. Na een jarenlange juridische strijd hoopt het bedrijf door de val van Maduro weer een weg te vinden om de oude mijnbouwrechten terug te krijgen, zei de topman tegen Bloomberg.
Ook beleggers gokken daarop. De koers van het bedrijf steeg afgelopen vijf dagen met meer dan 100 procent op de beurs van Toronto.
“Er zijn mineralen, alle kritieke mineralen, ze hebben een grote mijnbouwgeschiedenis die helemaal roestig is geworden”, zei de Amerikaanse handelsminister Howard Lutnick zondag tegen journalisten aan boord van het presidentiele vliegtuig Air Force One. “President Trump gaat het repareren en terugbrengen.”
Dat de Venezolaanse mijnbouw op zijn gat ligt, is geen geheim. Maar wat levert Trumps beoogde reparatieklus op? “Geen zeldzame aardmetalen, en ook niet echt kritieke metalen als lithium en kobalt, die veel voor batterijen nodig zijn”, zegt industrieel ecoloog Rene Kleijn. “Wat er wel veel in de grond zit, naast goud: nikkel, ijzererts en bauxiet. Het is een beetje Suriname in het groot.”
In de Venezolaanse binnenlanden ligt de grote bauxietmijn Los Pijiguaos. Bauxiet is de belangrijkste grondstof voor aluminium, dat Venezuela zelf produceerde. Grote problemen met het stroomnet verlamden de productie.
“Bauxiet is niet heel schaars, maar er is wel een groeiende vraag naar aluminium”, zegt Kleijn. Toch verwacht hij niet dat grote mijnbouwbedrijven snel fors investeren om de productie weer aan de gang te krijgen. “Je hebt dan een stabiele situatie nodig voor meerdere decennia. Als je nu moet kiezen tussen Venezuela en Suriname, dan zou ik voor de laatste gaan.”
-nos.nl-