Het Openbaar Ministerie heeft celstraffen van acht tot zestien jaar geëist tegen de drie verdachten van een zware explosie bij een woning in het Brabantse Nieuwkuijk in november 2024. Een vijftigjarige vrouw verloor bij de explosie een van haar onderbenen.
Het OM vindt dat er bij de explosie, die op 16 november 2024 plaatsvond, sprake was van poging tot moord. Dat maakt deze strafzaak over een aanslag met explosie anders dan andere strafzaken over aanslagen.
“Ze heeft de aanslag ternauwernood overleefd”, zei de officier van justitie maandagochtend in de rechtbank van Den Bosch. “De prijs die ze daarvoor moet betalen is onvoorstelbaar hoog.”
De vrouw stond achter de deur waar het explosief afging. Haar rechteronderbeen is geamputeerd. Ook liep ze zwaar letsel aan haar linkerbeen op.
De vermeende opdrachtgever, Othman H. (32) uit Den Bosch, kreeg de hoogste strafeis te horen. De officier van justitie eiste zestien jaar cel tegen hem. H. zou Max V. (57) uit Rosmalen onder druk hebben gezet en het explosief bij hem hebben bezorgd.
Het OM vermoedt dat het explosief was bedoeld voor de buren. In dezelfde straat woont de nieuwe vriend van de ex van de vermeende opdrachtgever. H. had een conflict met zijn ex over de omgangsregeling over hun dochter. Dat conflict leidde al eerder tot incidenten, waarvoor H. ook is veroordeeld.
Tegen V. eiste het OM twaalf jaar cel. V. zou op zijn beurt de ernstig verslaafde en makkelijk beïnvloedbare Gerrit de J. (33) hebben ingeschakeld om het explosief te plaatsen. V. wilde de aanslag namelijk ook niet zelf plegen, nadat hij had gezien dat het explosief zwaarder was dan een cobra.
De politie kwam De J. op het spoor nadat zijn moeder en oma hem hadden herkend op beelden in Opsporing Verzocht. De J. bekende toen dat hij van V. 300 euro had gekregen om het explosief te plaatsen. V. verklaarde vervolgens tegenover de politie dat de vermeende opdrachtgever hem onder druk had gezet om mee te werken.
De officier van justitie eiste tegen De J. acht jaar cel en tbs met dwangverpleging. Volgens gedragsdeskundigen was hij verminderd toerekeningsvatbaar.
De vermeende opdrachtgever H. ontkende donderdag tijdens de eerste zittingsdag betrokkenheid bij de explosie. Hij beweerde De J. niet te kennen en nooit een explosief te hebben gegeven. De rechter doet op 3 maart uitspraak.
-nu.nl-