De voorzitter van De Nationale Assemblée, Ashwin Adhin, vindt dat het werk van het parlement niet ophoudt bij het aannemen van wetten. Volgens hem moet ook worden onderzocht of wetgeving in de praktijk daadwerkelijk het gewenste effect heeft.
Adhin sprak vrijdag tijdens de bijeenkomst Legal Lunch Suriname: Van wetboek naar werkvloer – Boek 2 BW & Governance in de praktijk in het Radisson Hotel. De bijeenkomst bracht juristen, bestuurders, toezichthouders en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven bijeen om te discussiëren over de implementatie van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW) en de betekenis van goed bestuur.
Volgens de DNA-voorzitter is het traject van wetgeving voor het publiek vooral zichtbaar vanaf de voorbereiding van een wetsvoorstel tot en met de afkondiging in het Staatsblad. De werkelijke betekenis van een wet wordt echter pas duidelijk tijdens de uitvoering. “Mijn visie is dat het parlement een tweede taak heeft. Naast het vaststellen van wetten behoort het parlement ook te weten of zijn wetten werken”, stelde hij.
Adhin wees erop dat juist in de praktijk duidelijk wordt of wetgeving uitvoerbaar is en aansluit bij de behoeften van burgers, bedrijven en instellingen. Daarom noemt hij wetsevaluatie een essentieel onderdeel van goed bestuur.
Het nieuwe Burgerlijk Wetboek werd in 2024 aangenomen door De Nationale Assemblée en trad op 1 mei 2025 in werking. Gezien de omvang van deze hervorming acht Adhin een systematische evaluatie noodzakelijk.
In dat kader kondigde de voorzitter drie concrete initiatieven aan. De Nationale Assemblée zal een structureel overlegplatform opzetten voor de evaluatie van het nieuwe Burgerlijk Wetboek. “Dit overleg kan de vorm aannemen van wat wij kennen in DNA als de Academische Week. Het kan ook twee weken. We hoeven niets nieuw te doen”. Daarnaast wordt een digitaal portaal geopend waar burgers, professionals en organisaties praktijksignalen kunnen indienen over wetsartikelen die in de uitvoering vragen of knelpunten oproepen. Ook zullen de inzichten en aanbevelingen die tijdens de Legal Lunch naar voren zijn gebracht, worden meegenomen in de evaluatiestructuur. Hiervoor heeft de voorzitter drie deskundigen werkzaam bij het parlement meegenomen.
Volgens Adhin heeft de bijeenkomst daarmee meer opgeleverd dan alleen een gedachtewisseling tussen deskundigen. “Wat hier vandaag uitgewisseld wordt, gaat dus zeker niet verloren”. De aangedragen ervaringen en inzichten zullen bijdragen aan een beter beeld van de werking van het nieuw Burgerlijk Wetboek in de praktijk en daarmee aan de verdere ontwikkeling van kwalitatieve wetgeving.
-DNA-