Staatsolie draagt historisch bedrag van US$ 400 miljoen af aan staat

16 May 2026

In: Nieuws
Comments: 0

Staatsolie Maatschappij Suriname heeft over het boekjaar 2025 een historisch bedrag van US$ 400 miljoen afgedragen aan de Surinaamse staat. Het staatsbedrijf behaalde samen met dochterondernemingen Staatsolie Power Company Suriname en GOw2 een gezamenlijke omzet van US$ 832 miljoen. De financiële resultaten werden vrijdag gepresenteerd tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) op het Kabinet van de President, waar ook het jaarverslag werd goedgekeurd.

Tijdens de vergadering kwamen onder meer uitbreidingsinvesteringen, contracten en verzekeringen aan bod. President Jennifer Simons wees daarbij op de invloed van internationale olieprijzen op de Surinaamse economie. Volgens het staatshoofd zorgen hogere olieprijzen enerzijds voor betere bedrijfsresultaten bij oliebedrijven, maar kunnen die anderzijds leiden tot inflatie in Suriname. De regering zal de internationale ontwikkelingen, waaronder de situatie in het Midden-Oosten, de komende maanden verder evalueren.

Directeur Annand Jagesar gaf aan dat hogere olieprijzen gunstig zijn voor de inkomsten, maar ook risico’s met zich meebrengen voor de wereldeconomie. Volgens hem heeft Staatsolie liever stabiele prijzen die zowel gunstig zijn voor consumenten als voor oliebedrijven.

Verder werd stilgestaan bij de offshore-ontwikkelingen, waaronder het GranMorgu-project in Blok 58 en de ontwikkelingen in de gasblokken. In Blok 52 heeft Petronas eerder een declaration of commerciality afgegeven. Verwacht wordt dat later dit jaar een Final Investment Decision (FID) wordt genomen voor het gasproject.

De Staatsolie-directeur geeft daarnaast aan dat ook een belangrijk operationeel vraagstuk rond werk- en verblijfsvergunningen voor offshore contractors is besproken. Hij legde uit dat in de offshore soms “wel 600 mensen” tegelijk werken aan installaties en booractiviteiten. “Wij maken ons een beetje zorgen of we dat wel aankunnen en of we de oude procedures niet een klein beetje moeten aanpassen”, laat hij optekenen. De topman schetst de praktische werkwijze als volgt: “Ze komen op de luchthaven, gaan naar het schip, ze werken twee weken, en gaan daarna weer via de luchthaven terug.” Volgens hem kan vereenvoudiging van de procedures nodig zijn, omdat niet altijd ruim van tevoren bekend is wie zal worden ingezet.

President Simons benadrukt dat Suriname zich moet voorbereiden op toekomstige economische groei. Er wordt daarom ingezet op onderwijs, technische opleidingen en capaciteitsopbouw. Daarnaast roept zij op tot meer ondernemerschap in sectoren zoals landbouw, toerisme en handel. “Niet alle mensen zullen bij de oliemaatschappij kunnen werken. In de agro-sector kunnen groente, kip en vlees worden geproduceerd. Als we niet ondernemen, gaan we dat moeten importeren en verliezen we kansen”, stelt het staatshoofd. Daarom investeert de regering ook in businessprogramma’s voor de agrarische sector.