Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning vindt dat de brandstofsubsidie geleidelijk aan moet worden afgebouwd. Volgens haar is dat vanuit het oogpunt van gezonde overheidsfinanciën en de uitvoering van de Comptabiliteitswet 2024, een betere optie dan een abrupte beëindiging van de subsidie.
Tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblee (DNA) stelde de minister dat de regering zich op korte termijn zal moeten uitspreken over de toekomst van de huidige brandstofsubsidie. Daarbij moeten onder meer de internationale brandstofprijzen, de wisselkoers, de beschikbare begrotingsruimte en de sociaaleconomische gevolgen worden meegewogen.
Volgens Wijnerman kan een gefaseerde afbouw de druk op de staatsbegroting verminderen en meer ruimte creëren voor investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Ook zou dit bijdragen aan een transparanter en doelmatiger subsidiebeleid dat beter aansluit bij duurzaam begrotingsbeheer.
Om de koopkracht van kwetsbare groepen te beschermen, kan volgens de minister worden gekozen voor gerichte sociale ondersteuning in plaats van een algemene subsidie die ook terechtkomt bij huishoudens en bedrijven die deze minder nodig hebben.
Wijnerman gaf verder aan dat het subsidiebeleid sinds 18 maart is afgestemd op ontwikkelingen in internationale brandstofprijzen, de wisselkoers en de beschikbare budgettaire ruimte. Eventuele aanpassingen worden zorgvuldig afgewogen vanwege de gevolgen voor pompprijzen, inflatie, koopkracht en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.
Volgens de minister zouden zonder toepassing van de huidige price cap de brandstofprijzen op basis van de gemiddelde marktprijzen in de eerste helft van juni uitkomen op ongeveer SRD 64 per liter diesel en SRD 62 per liter unleaded. Op dit moment zijn er geen achterstallige betalingen aan oliemaatschappijen.