De Amerikaanse ambassade in Suriname heeft officieel de start aangekondigd van een subsidie van US$ 196.710 voor het behoud van de Jodensavanne. De financiering wordt verstrekt via het U.S. Ambassadors Fund for Cultural Preservation (AFCP).
De ondertekeningsceremonie vond plaats op de UNESCO-werelderfgoedlocatie Jodensavanne in Redi Doti aan de Surinamerivier. Daarbij waren onder meer minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, vertegenwoordigers van lokale gemeenschappen, erfgoedorganisaties en leden van de Joodse gemeenschap aanwezig.
Met het project worden historische structuren en erfgoedobjecten op de archeologische site geconserveerd, gestabiliseerd en gerestaureerd. Daarnaast wordt geïnvesteerd in bezoekersvoorzieningen en toeristische infrastructuur voor de inheemse gemeenschappen in Para-Oost.
De dorpen Redi Doti, Pierrekondre, Cassipora en Powaka zullen volgens de initiatiefnemers rechtstreeks profiteren van de uitvoering van het project.
De werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van het Management Plan 2020-2025 voor Jodensavanne en de Cassipora Creek-begraafplaats. Dit plan is goedgekeurd door de International Council on Monuments and Sites (ICOMOS) en het Werelderfgoedcomité.
Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met Stichting Jodensavanne, Solimar International, het PURP-project, de Suriname Hotel and Tourism Association (SHATA) en omliggende inheemse gemeenschappen.
Volgens de initiatiefnemers moet het project uitgroeien tot een duurzaam toerismemodel waarin lokale gemeenschappen een centrale rol vervullen. Het uiteindelijke doel is een aanpak te ontwikkelen die ook op andere erfgoedlocaties in Suriname kan worden toegepast.
Tijdens de ceremonie wees zaakgelastigde Paul Watzlavick van de Amerikaanse ambassade op de historische banden tussen Jodensavanne en de Verenigde Staten. Volgens hem speelde de Joodse gemeenschap van Jodensavanne een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het Joodse leven in koloniaal New York, waaronder de bouw van de eerste synagoge op Manhattan in 1730. Hij noemde Jodensavanne een belangrijk onderdeel van de gedeelde geschiedenis van beide landen.