Minister André Misiekaba en onderminister Raj Jadnanansing van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) hebben vrijdag het officiële startsein gegeven voor de Basisopleiding tot Junior Arbeidsinspecteur. Negentien aspirant-arbeidsinspecteurs, onder wie veertien vrouwen en vijf mannen, beginnen maandag 13 juli aan de eenjarige opleiding.
Met de opleiding wil het directoraat Arbeidsinspectie de inspectiedienst verder professionaliseren en versterken. De deelnemers worden voorbereid op hun toekomstige toezichthoudende en handhavende taken en moeten bijdragen aan betere naleving van de arbeidswetgeving en veilige arbeidsomstandigheden.
Tijdens de ceremonie benadrukten Misiekaba en Jadnanansing het belang van een deskundige, onafhankelijke en integere Arbeidsinspectie. Ook vertegenwoordigers van de bond, regionale afdelingen en inspecteur-generaal Rowan Noredjo onderstreepten het belang van goed opgeleide arbeidsinspecteurs.
Noredjo wees op de uitdagingen binnen de Arbeidsinspectie. Volgens hem ontstond een grote achterstand doordat tussen 2009 en 2022 geen basisopleiding werd georganiseerd. Daarnaast wachten sommige aspiranten al één tot drie jaar op toelating vanwege beperkte financiële middelen. In dat verband pleitte hij voor een herziening van de volgens hem verouderde en te lage boetebedragen voor overtredingen van de arbeidswetgeving. Ook wil hij dat overtredingen met betrekking tot uitzendbureaus en de minimumloonwetgeving op de boetelijst worden opgenomen. Deze randvoorwaarden zijn volgens Noredjo noodzakelijk om de Arbeidsinspectie in staat te stellen haar toezichthoudende en handhavende taak effectief uit te voeren.