De regering neemt de zorgen van bewoners van Houttuin over de voorgenomen opslag van radioactieve bronnen voor olie- en gasactiviteiten serieus. Dat zei minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu (OGM) donderdag in gesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS). De bewindsman reageert naar aanleiding van een petitie die recentelijk door bewoners is aangeboden.
Hij onderstreept tegelijk dat er nog geen definitief besluit is genomen over het verzoek van het Amerikaanse olieveldservicebedrijf Halliburton om een opslagfaciliteit in de voornoemde buurt op te zetten. Het verzoek wordt zorgvuldig getoetst. Volgens de minister bevindt de aanvraag zich nog in de beoordelingsfase bij de Nationale Milieu Autoriteit (NMA). Daarbij worden de milieueffecten en veiligheidsmaatregelen onafhankelijk getoetst aan de internationale richtlijnen van de International Atomic Energy Agency (IAEA). Als tijdens de beoordeling tekortkomingen worden vastgesteld, moet het plan worden aangepast of kan de aanvraag worden afgewezen.
Brunings reageerde ook op kritiek over de keuze voor een milieubeoordeling in categorie B2 in plaats van een volledige milieueffectrapportage (MER). “Er is wel degelijk een milieueffectenanalyse uitgevoerd. Categorie B2 is nog steeds een hoge categorie. Een categorie A is bedoeld voor activiteiten waarvan de effecten nog onbekend zijn en langdurig onderzoek vereisen. Dat is hier niet het geval, omdat deze technologie wereldwijd al jarenlang wordt toegepast en ook in Suriname bekend is. Het zou geen toegevoegde waarde hebben om categorie A uit te voeren”, verklaarde minister Brunings.
De bewindsman benadrukte dat het niet gaat om de opslag van nucleair afval, maar om radioactieve bronnen die wereldwijd worden gebruikt voor zogenoemde well logging bij olie- en gasboringen. Hiervoor gelden volgens hem strenge internationale veiligheidsnormen, die in Suriname ook zijn aangescherpt.
Brunings wees erop dat de voorgestelde locatie nog niet is ingericht en dat er nog geen radioactieve bronnen aanwezig zijn. De bezwaren uit de petitie worden volgens hem meegenomen in de besluitvorming. Ook wil de regering de gemeenschap blijven informeren en aanvullende stakeholdersessies organiseren om vragen en zorgen te bespreken.
Over de aansprakelijkheid bij een eventueel incident, is de OGM-bewindsman duidelijk. “Mocht er schade ontstaan aan mens of milieu, dan is het bedrijf dat de schade veroorzaakt hoofdelijk aansprakelijk. In dit geval zou dat Halliburton zijn.” Minister Brunings benadrukt dat de regering besluiten zal nemen op basis van wetenschappelijke inzichten, geldende regelgeving en de uitkomsten van de onafhankelijke beoordeling. “Succes betekent voor ons niet alleen economische ontwikkeling, maar ook dat de gemeenschap zich veilig voelt.”