De Mennonieten die zich in Para hebben gevestigd, zeggen niet te weten dat zij het gebied moeten verlaten. Dat bleek maandag tijdens een bezoek van NDP-parlementariërs Rabin Parmessar en Jennifer Vreedzaam aan één van de locaties waar de groep actief is.
Peter Petersen, een Mennoniet uit Belize, zei dat zijn groep ervan uitgaat dat nog wordt gewerkt aan toestemming om het land te bewerken. “Nee, dat is ons niet verteld”, zei hij over het bestaan van een deurwaardersexploot waarin de Mennonieten worden gesommeerd het gebied te verlaten. “Aan ons is gezegd dat er nog gewerkt wordt aan de toestemming om het land te bewerken. Daar wachten we op.”
Volgens Petersen is de groep naar Suriname gekomen nadat hen was verteld dat er voldoende landbouwgrond beschikbaar was. “Ons is gezegd dat we hier kunnen komen. Dat er land genoeg is voor iedereen.”
De Mennonieten hebben naar eigen zeggen al fors geïnvesteerd. “We hebben alles verkocht in Belize. Onze machines zijn enkele maanden geleden aangekomen. We hebben hier schoongemaakt.” De werkzaamheden zijn inmiddels stilgelegd in afwachting van toestemming. “We zijn gestopt met werken omdat er nog toestemming moet komen om verder te gaan. We wachten op de papieren.”
Petersen zegt dat voor het project US$ 150 per hectare wordt betaald. Op de bezochte locatie zou de groep uiteindelijk meer dan 9.000 hectare nodig hebben voor onder meer de teelt van maïs en soja, veevoerproductie en veehouderij. Volgens Petersen verblijven inmiddels ongeveer dertig Mennonitische gezinnen in Paramaribo en zouden nog meer dan honderd gezinnen naar Suriname komen.
De delegatie wees Petersen erop dat het gebied volgens de beschikbare informatie domeingrond is, eerder onderdeel was van een houtconcessie van Bruynzeel en binnen Inheems woon- en leefgebied ligt. De grondenrechten van Inheemse en Tribale volken maken de kwestie extra gevoelig.
Op de vraag wie de Mennonieten naar Suriname heeft gehaald, noemde Petersen Ruud Soeverein en Lionel Blokland. Parmessar nam ter plaatse telefonisch contact op met Blokland. Die zegde toe documenten aan de Assembleeleden te zullen verstrekken over de gemaakte afspraken.
De delegatie wilde onder meer weten wie de Mennonieten toestemming had gegeven zich te vestigen, welke afspraken zijn gemaakt en welke grond aan hen is voorgehouden. De stukken moeten daarover meer duidelijkheid geven.
De Mennonieten zeggen te wachten op de benodigde papieren, terwijl de delegatie wijst op het bestaande deurwaardersexploot waarin de groep wordt gesommeerd het gebied te verlaten.