Meer dan de helft van de jonge Surinamers overweegt binnen vijf jaar naar het buitenland te vertrekken. Tegelijkertijd zijn er grote zorgen over corruptie, slecht bestuur en de verdeling van toekomstige olie- en gasinkomsten. Dat blijkt uit het Landelijk Perceptieonderzoek Suriname 3.0 – Visies, verwachtingen en prioriteiten van de Surinaamse bevolking richting 2050.
Onderzoeker en socioloog Jaïr Schalkwijk presenteerde de resultaten zaterdag tijdens een lezing in het Bonifatiushuis in Breukelen. Voor het onderzoek zijn bijna 1.800 Surinamers van 18 jaar en ouder in vrijwel het hele land ondervraagd.
De bijeenkomst, met als thema “Suriname 2050: Olie, Talent en de Diaspora”, werd georganiseerd door het Wetenschappelijk Bureau van VHP Nederland. Na de presentatie volgde een discussie met het publiek en een panel bestaande uit John Brewster en professor Ruben Gowricharn.
Zorgen over bestuur en olie-inkomsten
Uit het onderzoek blijkt dat Surinamers kansen zien in de ontwikkeling van de olie- en gassector, maar tegelijkertijd twijfelen aan de manier waarop toekomstige inkomsten worden beheerd en verdeeld. Corruptie en slecht bestuur worden genoemd als belangrijke bedreigingen voor de ontwikkeling van het land.
Veel ondervraagden vrezen dat vooral een kleine groep van de opbrengsten zal profiteren. Goed bestuur, transparantie en het terugdringen van corruptie worden daarom als belangrijke voorwaarden genoemd om natuurlijke rijkdommen ten goede te laten komen aan de bevolking.
Jongeren en vertrek
Onderwijs wordt gezien als een belangrijk investeringsgebied voor de toekomst. Vooral jongeren zijn bereid aanvullende opleidingen en trainingen te volgen als die hun kansen op werk en een hoger inkomen vergroten.
Tegelijkertijd overweegt meer dan de helft van de jonge Surinamers binnen vijf jaar te emigreren. Ook onder hoger opgeleiden bestaat een aanzienlijke bereidheid om het land te verlaten.
Tijdens de bijeenkomst werd bezorgd gereageerd op deze ontwikkeling. Daarbij werd gewezen op de zoektocht van jongeren naar betere kansen op het gebied van opleiding, werk, inkomen en persoonlijke ontwikkeling.
Economie verbreden
Het onderzoek laat verder zien dat veel Surinamers de economie willen verbreden en minder afhankelijk willen zijn van olie, goud en andere grondstoffen. Landbouw en agro-industrie worden daarbij als kansrijke sectoren genoemd, naast toerisme, digitale dienstverlening en activiteiten rond bos en natuur.
Volgens de onderzoeksresultaten zouden toekomstige olie-inkomsten kunnen worden ingezet om andere economische sectoren duurzaam te ontwikkelen. Ook bescherming van het regenwoud en het reserveren van een deel van de inkomsten voor toekomstige generaties krijgen brede steun.
Rol van diaspora
De vertrekbereidheid onder jongeren maakt volgens de presentatie ook de relatie met de Surinaamse diaspora belangrijker. Naast het behouden van talent in Suriname gaat het om de vraag hoe kennis, ervaring, kapitaal en internationale netwerken van Surinamers in het buitenland kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van het land.
Soerin Mahesh, voorzitter van het Wetenschappelijk Bureau VHP Nederland, stelde in zijn welkomstwoord dat de toekomst van Suriname niet alleen afhankelijk is van natuurlijke rijkdommen, maar ook van menselijk talent, vertrouwen en maatschappelijke betrokkenheid.
De bijeenkomst bouwde voort op een eerdere lezing van het bureau over olie en gas in februari 2025. De centrale boodschap was dat de ontwikkeling van Suriname richting 2050 niet alleen wordt bepaald door de omvang van toekomstige olie- en gasinkomsten, maar vooral door de manier waarop deze worden ingezet voor onderwijs, goed bestuur, economische verbreding en kansen voor toekomstige generaties.