Een Europees verbod op PFAS laat waarschijnlijk nog jaren op zich wachten en zal bovendien niet alle PFAS-stoffen omvatten. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) adviseerde in maart om PFAS te verbieden, maar stelde uitzonderingen voor wanneer een verbod volgens het agentschap “meer negatieve dan positieve effecten” heeft.
Nederland, Denemarken, Zweden, Duitsland en Noorwegen dienden enkele jaren geleden een voorstel voor een EU-verbod in. Het definitieve advies van ECHA wordt eind dit jaar verwacht. Daarna moet de Europese Commissie met een voorstel komen, dat door de lidstaten moet worden aangenomen.
Volgens hoogleraar milieukwaliteit en gezondheid Annemarie van Wezel heeft de industrie veel invloed op de uitzonderingen. “De industrie zegt: we zijn wel voor een verbod, maar niet voor een verbod op de stofjes die wij maken, want die zijn onmisbaar.”
Emeritus hoogleraar toxicologie Jacob de Boer zegt dat het voorstel steeds verder wordt afgezwakt. “In de eerste versie stond dat er maar vier uitzonderingen waren. Inmiddels zijn dat er 85. De lobby is heel sterk.”
Ook een overgangsperiode is volgens De Boer opgelopen van drie naar mogelijk twaalf jaar. “En ondertussen worden er steeds meer pfas geproduceerd.”
De Inspectie Leefomgeving en Transport waarschuwde onlangs dat zonder extra maatregelen binnen twintig jaar te veel PFAS in diep grondwater kan zitten. Dat water wordt ook gebruikt voor de productie van drinkwater.
PFAS is een verzamelnaam voor duizenden chemische stoffen die nauwelijks afbreken en onder meer worden gebruikt vanwege hun water- en vetafstotende eigenschappen. De stoffen worden in verband gebracht met onder meer kanker en een slechter werkend immuunsysteem.
Volgens De Boer blijven PFAS bovendien nog tientallen jaren in het milieu aanwezig. “Het duurt vijftig tot honderd jaar voor we er geen last meer van hebben.”
-nu.nl-