Suriname brengt de nationale meet- en laboratoriumcapaciteit voor het opsporen van gevaarlijke stoffen als kwik en cyanide in kaart. Pas daarna wordt bepaald welke apparatuur, kennis en voorzieningen moeten worden uitgebreid.
Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu zegt dat hierover reeds met president Jennifer Simons is gesproken. Eerst moet duidelijk worden welke laboratoria en deskundigen al over de benodigde mogelijkheden beschikken en waar de belangrijkste tekortkomingen liggen.
De inventarisatie richt zich niet alleen op de goudwinning, maar ook op de landbouw en andere sectoren waarin mens en milieu aan gevaarlijke stoffen kunnen worden blootgesteld.
Voor cyanide ligt een belangrijk aandachtspunt bij het betrouwbaar vaststellen van de stof in voedsel. In water kan cyanide volgens Brunings relatief goed worden opgespoord, maar onderzoek naar bijvoorbeeld cyanide in vis is ingewikkelder.
Het Centraal Laboratorium werkt inmiddels aan de aanschaf van nieuwe apparatuur. Nadat die beschikbaar is, moet worden vastgesteld welke stoffen en concentraties ermee daadwerkelijk kunnen worden gemeten.
Ook voor kwik is nader onderzoek nodig. De stof kan in verschillende vormen voorkomen en zich via het milieu verspreiden. Daarnaast kan kwik in het menselijk lichaam terechtkomen en daar langere tijd circuleren.
Minister Brunings waarschuwt daarom tegen het beeld dat kwikvervuiling uitsluitend een probleem van het binnenland is. Via water, voedsel en andere verspreidingsroutes kan blootstelling verder reiken en ook stedelijke gebieden bereiken.
De regering wil uiteindelijk komen tot een structurele aanpak, waarbij vooraf wordt vastgesteld welke metingen nodig zijn en hoe vaak die moeten worden uitgevoerd. Zo moet niet alleen worden vastgesteld óf sprake is van verontreiniging, maar ook wat de gevolgen zijn voor de volksgezondheid en het milieu.
-unitednews.sr-