De vervuiling van de Saramaccarivier eerder dit jaar is volgens president Jennifer Simons aanleiding om het toezicht op de goudsector te versterken. Tijdens haar jaarrede op woensdag 30 september 2026 benadrukte zij dat de lokale gemeenschap ondersteuning nodig heeft.
De rivier is voor de betrokken gemeenschappen een bron van water en voedsel en maakt al generaties deel uit van hun dagelijks leven. De vervuiling kan volgens Simons daarom langdurige gevolgen hebben voor voedselzekerheid, bestaanszekerheid en de traditionele leefwijze.
“Wij moeten voor eens en voor altijd beseffen dat het duurzaam beheer van onze natuur geen luxe is, maar een bittere noodzaak voor ons voortbestaan als Surinamers”, stelde de president.
Volgens Simons is wetgeving alleen niet voldoende. Toezicht, controle en daadwerkelijke handhaving moeten worden versterkt. De regering werkt daarom aan versterking van de controle-instituten die toezicht houden op de goudsector. De Nationale Milieuautoriteit (NMA) en ondersteunende instituten hebben opdracht gekregen goudwinningsbedrijven die de regels overtreden te sluiten.
De regering wil daarnaast economische ontwikkeling minder afhankelijk maken van het winnen en exporteren van natuurlijke hulpbronnen. Duurzaam toerisme, regeneratieve landbouw en andere natuurpositieve activiteiten moeten volgens Simons bijdragen aan werkgelegenheid, ondernemerschap en inkomsten, terwijl het natuurlijk kapitaal behouden blijft.
In dat kader worden nieuwe financiële instrumenten ontwikkeld. In 2026 wordt de eerste carbon credits-transactie gefinaliseerd en in 2027 wil Suriname de eerste debt-for-nature-instrumenten lanceren.
“De keuze is niet tussen natuur en ontwikkeling. De uitdaging is om onze natuur de basis te laten zijn van een nieuw en duurzaam ontwikkelingsmodel voor Suriname”, aldus Simons.