De Commissie van Rapporteurs van De Nationale Assemblée (DNA) heeft maandag 5 oktober de reacties op de voorgestelde wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering besproken. Het wetsvoorstel moet onder meer regelen hoe beslag kan worden opgeheven op goederen en geldmiddelen die noodzakelijk zijn voor de openbare dienst.
Het gaat bijvoorbeeld om banktegoeden en goederen die nodig zijn voor de uitvoering van overheidstaken en het waarborgen van publieke dienstverlening. Met de regeling moet worden voorkomen dat essentiële overheidstaken worden belemmerd doordat noodzakelijke middelen onder beslag liggen.
Onder leiding van commissievoorzitter Rossellie Cotino werden schriftelijke reacties van betrokken partijen besproken. De commissie bepaalt daarnaast welke partijen worden uitgenodigd om hun standpunten mondeling toe te lichten.
Critici vrezen willekeur
Tegenover het belang van continuïteit van de openbare dienstverlening staan zorgen over de controle op de regeling. Critici vrezen willekeur en mogelijk misbruik. Zo rijst de vraag wie bepaalt welke goederen en geldmiddelen daadwerkelijk noodzakelijk zijn voor de openbare dienst en daarom tegen beslag moeten worden beschermd.
Ook is er behoefte aan duidelijkheid over toezicht op het gebruik van deze middelen. Zonder heldere criteria, registratie en onafhankelijk toezicht zou volgens critici ruimte kunnen ontstaan om goederen ten onrechte als overheidsmiddel aan te merken.
Bij de verdere behandeling moet daarom worden vastgesteld wie toezicht houdt, hoe het gebruik wordt gecontroleerd en welke sancties gelden bij misbruik.
Na de schriftelijke inbreng en de geplande aanhoringen bepaalt de commissie het vervolgtraject. Daarna kan de behandeling van het wetsvoorstel in de plenaire vergadering worden voortgezet.
Naast Cotino namen Krishnakoemarie Mathoera, Steven Reyme, Mohamed Fatehmahomed, Bronto Somohardjo en Jennifer Vreedzaam deel aan de vergadering. Ingrid Karta-Bink was aanwezig als vaste toehoorder.