Kwikvervuiling in Suriname beperkt zich niet tot de goudwinningsgebieden in het binnenland. Ook inwoners van Paramaribo en omstreken kunnen via visconsumptie aan kwik worden blootgesteld. Bovendien kan grootschalige ontbossing voor landbouw aanwezig kwik opnieuw in het milieu brengen. Dat stelde milieuwetenschapper Christiaan Max Huisden tijdens de informatiesessie Stop de grootschalige ontbossing van het Surinaamse regenwoud bij de University Guesthouse. Huisden is voorzitter van de Suriname Alliance for the Environment (SAFE) en programmacoördinator van de afdeling Milieuwetenschappen aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Groene NGO’s en Milieuwetenschappen.
Volgens Huisden staat Suriname voor belangrijke keuzes over zijn ontwikkelingsstrategie. Naast de bestaande vervuiling door goudwinning kunnen grootschalige ontbossing en landbouwontwikkeling nieuwe risico’s opleveren voor de bodem, de watervoorziening en de volksgezondheid.
Kwikvervuiling raakt ook kustgebieden
Huisden verwees naar onderzoek van Milieuwetenschappen waaruit volgens hem blijkt dat blootstelling aan kwik via visconsumptie ook voorkomt in de kustvlakte, waaronder Paramaribo en omstreken. Het onderzoek is volgens hem wetenschappelijk beoordeeld en gepubliceerd.
Kwik kan het zenuwstelsel aantasten en de ontwikkeling van ongeboren kinderen schaden. Daarmee vormt de vervuiling niet alleen een risico voor mensen die rechtstreeks met de stof werken, maar ook voor anderen die via de voedselketen worden blootgesteld.
Ondanks de aansluiting van Suriname bij het Minamata-verdrag blijft kwik volgens Huisden een ernstig probleem binnen de kleinschalige goudwinning. Hij stelt dat gedoogbeleid en smokkel het gebruik in stand houden en mogelijk zelfs hebben vergroot.
Ontbossing kan bestaande vervuiling verspreiden
Volgens Huisden kan ook grootschalige bodemverstoring aanwezig kwik opnieuw in beweging brengen. De stof kan in de atmosfeer terechtkomen, over grote afstanden worden verspreid en vervolgens met neerslag terugkeren. Onder bepaalde omstandigheden zetten micro-organismen kwik om in methylkwik, dat via de voedselketen in vis terechtkomt.
Daarom vormt de omzetting van primair regenwoud in landbouwgrond volgens hem een extra risico boven op de bestaande problemen met goudwinning.
Huisden waarschuwde ook voor het gebruik van cyanide als alternatief voor kwik. Hoewel cyanide binnen de grootschalige goudwinning in gecontroleerde en gecertificeerde processen wordt toegepast, is gebruik binnen de kleinschalige sector niet zonder risico. Kwik heeft langdurige schadelijke effecten, terwijl cyanide acuut giftig is. Deskundigheid, strikte controle en passende veiligheidsmaatregelen zijn daarom noodzakelijk. Het vervangen van de ene chemische stof door de andere biedt volgens zijn toelichting niet automatisch een oplossing.
Bosverlies bedreigt waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit
Bossen vervullen volgens Huisden een belangrijke sponsfunctie doordat ze water vasthouden. Wanneer de vegetatie verdwijnt, verandert de waterhuishouding, met mogelijke gevolgen voor erosie en de beschikbaarheid van water.
Grootschalige landbouw vraagt bovendien veel irrigatiewater. “Dit water moet ergens vandaan komen”, merkte Huisden op. Wateronttrekking kan volgens hem tekorten veroorzaken in gebieden benedenstrooms en andere landbouwgebieden treffen die eveneens van irrigatie afhankelijk zijn.
Ook de waterkwaliteit staat onder druk. Pesticiden, herbiciden en kunstmest kunnen in oppervlaktewater en grondwater terechtkomen. Dat vormt volgens Huisden een risico voor de zoetwatervoorraden waarvan huishoudens en bedrijven afhankelijk zijn. Hoge concentraties landbouwchemicaliën in ondergrondse watervoorraden kunnen de bruikbaarheid van het water ernstig beperken.
Landbouw ontwikkelen zonder primair bos op te offeren
Huisden wees erop dat tropische bosbodems vaak slechts een dunne vruchtbare laag hebben, die bij intensief gebruik snel kan uitputten. Daardoor zijn steeds meer middelen nodig om de landbouwproductie op peil te houden.
De kustvlakte biedt volgens hem met haar vruchtbare kleigronden en irrigatiemogelijkheden betere kansen voor landbouw en veeteelt zonder primair regenwoud te kappen.
Hij pleitte daarom voor groene economische ontwikkeling, waarbij productie en werkgelegenheid worden gestimuleerd zonder de natuurlijke rijkdommen van Suriname ernstig te beschadigen.