Het nationale schoolvoedingsprogramma breidt verder uit. Voor het schooljaar 2026/2027 hebben zich inmiddels 316 scholen aangemeld. Het gaat om ongeveer 34.000 broden en warme maaltijden. Dat zegt Mireille Cramer, voorzitter van de presidentiële werkgroep Schoolvoedingsproject, in een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS).
Volgens Cramer draagt het programma niet alleen bij aan het welzijn van kinderen, maar ook aan betere omstandigheden om onderwijs te volgen. “Laten we er met z’n allen voor zorgen dat ieder kind, ongeacht zijn of haar omstandigheden, tijdens de schooldag iets kan eten. Uiteindelijk willen we dat kinderen zich kunnen concentreren op leren en zich ontwikkelen.”
Meer lokale producten
De werkgroep wil daarnaast meer lokaal geproduceerde voedingsmiddelen in het programma opnemen. In het afgelopen schooljaar werd hiervoor een pre-pilot uitgevoerd op scholen in verschillende gebieden. Daarbij werd rekening gehouden met regionale verschillen in behoeften.
“Een kind uit de omgeving Latour kan een andere behoefte hebben dan bijvoorbeeld een kind uit Ma Retraite of het binnenland”, aldus Cramer.
In het nieuwe schooljaar worden meer scholen bij de pilot betrokken.
Het schooljaar 2025/2026 stond vooral in het teken van opbouw en monitoring. De ervaringen worden gebruikt om de uitvoering verder te verbeteren. In Brokopondo en Sipaliwini worden voornamelijk warme maaltijden verstrekt. Dit schooljaar komt daar Marowijne bij. In de overige districten ligt de nadruk op broodmaaltijden.
Meer kavels voor betere levering
Een belangrijke wijziging is de verkleining van de kavels. Het aantal kavels wordt verhoogd van 18 naar 34. Daarbij is gekeken naar het aantal dagelijkse leveringen per leverancier en de logistieke ligging van scholen.
“Door de kavels te verkleinen, wordt het aantal dagelijkse leveringen per leverancier beter beheersbaar. Tegelijkertijd hebben we rekening gehouden met de logistieke ligging van de scholen. Daarmee streven we naar kwaliteitsbehoud en tijdige levering”, zegt Cramer.
Voor de uitvoering werkt de werkgroep met leveranciers die ieder verantwoordelijk zijn voor een toegewezen kavel. Hygiëne, kwaliteit en voedselveiligheid worden gemonitord. In samenwerking met het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG) zijn food safety-trainingen verzorgd voor leveranciers en medewerkers. Ook districtscommissarissen worden betrokken bij de controle.
De voorbereidingen voor 2026/2027 worden momenteel afgerond. De eerste leveringen moeten rond de derde of vierde week van oktober starten. Kwaliteit, voedselveiligheid, tijdige levering en goede monitoring blijven daarbij belangrijke uitgangspunten.
-gov-