Nederland excelleert op WK sprinten met beheersing

3 May 2021

Comments: 0

Maandag 03 mei 2021- Het is het enige atletiekonderdeel dat in teamverband wordt beoefend. Dat maakt de estafette even mooi als moeilijk. Niet voor niets stelt de Nederlandse bondscoach Laurent Meuwly in het weekend waarin zijn teams historisch presteerde, dat de perfecte race niet bestaat. Het streven daarnaar getuigt volgens hem echter al van grote schoonheid.

Sinds 2014 is er een apart wereldkampioenschap voor estafetteteams. Met het spektakel daarvan hoopt de atletieksport zichzelf te promoten. Vooral de overdracht van het stokje is berucht. Binnen een afgebakend wisselvak – dertig meter bij de 4×100 en twintig bij de 4×400 – moet de ene atleet het stokje aan de volgende overhandigen. Het is de kunst om allebei op hetzelfde moment dezelfde vaart te hebben. Een soort synchroonlopen bij een snelheid van rond de tien meter per seconde.

Hoe lastig dat is, illustreerden de Nederlandse kwartetten gisteravond in de finales op de 4×100. Hoe magisch het samenspel tussen individuen kan zijn, onderstreepten de mannen op de 4×400 met de eerste Nederlandse wereldtitel op een WK estafette. Jochem Dobber, Liemarvin Bonevacia, Ramsey Angela en Tony van Diepen grepen in het Poolse Chorzow het goud, al moet daarbij worden aangetekend dat enkele toplanden verstek lieten gaan vanwege corona.

Estafettelopen is sprinten met beheersing. Je moet je hoofd gebruiken en het geduld kunnen bewaren om op het juiste moment te starten. “Een gewone sprint is bijna een automatisme. Je hoeft alleen te reageren op het startschot en zo hard mogelijk te lopen”, verklaart Marije van Hunenstijn, die zaterdag nog als slotloopster het olympische ticket voor de 4×100 vrouwen veiligstelde. “Bij de estafette is meer concentratie nodig. Je wilt op volle snelheid zijn zodra je het estafettestokje in handen krijgt. Vertrek je te vroeg, dan moet je afremmen, maar vertrek je te laat, dan zit er minder snelheid in de wissel.”

Beide Nederlandse slotlopers op de 4×100 begonnen in de finale te vroeg aan hun aanloop, waardoor de mannenploeg de finish niet haalde en de vrouwenploeg de koppositie verspeelde. Het illustreert hoe dun de scheidslijn is tussen net genoeg en net te veel risico nemen. Uiteindelijk eindigden Jamile Samuel, Dafne Schippers, Nadine Visser en Naomi Sedney als derde. Alsnog betekende dat de allereerste medaille ooit voor Nederland op een WK estafette.

Het hoofddoel dit weekend vormden de olympische startbewijzen. Behalve de 4×100 vrouwen en 4×400 mannen verzekerde ook de 4×400 gemengd zich van een retourtje Tokio. De 4×100 mannen en de 4×400 vrouwen hadden zich al eerder gekwalificeerd. Dat houdt in dat Nederland met een recordaantal van vijf teams deze zomer van start gaat in Japan. Een unicum. “Wil je als atletiekland serieus worden genomen, dan moet je de estafettes bezet hebben. Dat geeft de breedte aan,” stelt Ad Roskam, technisch directeur van de Atletiekunie. “Eindelijk is dat nu een keer gelukt.”

-Website-